Homilie tijdens de uitvaartplechtigheid van Gerda, door E.H. Jozef Van Osta

Dierbare familie en vrienden

van Gerda Van de Schoot,

 

Gerda zag het levenslicht te Wolfsdonk op 8 oktober 1953, het feest van Onze Lieve Vrouw van de Rozenkrans. Als jongste van het gezin Van de Schoot groeide Gerda op als gelukkig en vrolijk kind samen met haar twee broers en haar zus hier te Wolfsdonk. Ze ging er naar school bij de zusters. Met zuster Mechthild had ze een bijzondere band. Als klein meisje kwam ze reeds met de zuster de bloemen in deze kerk verzorgen. Met de zusters heeft ze altijd een fijne band behouden ook als ze Wolfsdonk hebben verlaten.

Als jong volwassen vrouw werd ze mama van twee flinke dochters: Kristel en Inge. Gerda heeft met liefde uitgekeken naar haar kleinkind Laure. Ze was zo blij dat ze grootmoeder werd. Een droom en een wens ging in vervulling. Een geschenk in moeilijke dagen.

Gerda heeft veel en hard gewerkt, ze had handen aan haar lijf! Ze deed als een toegewijde moeder haar huishouden en gaf alles van haar liefde en zorg aan haar twee dochters. De laatste jaren werkte ze als huishoudelijke hulp in Huize Levensruimte in Averbode. Het werk voor geplaatste kinderen ging haar ter harte. Naast haar dagtaak en het huishouden deed Gerda er nog een dagtaak bij voor de parochie. Ze zorgde hier eigenlijk voor alles: de hosties, de wijn, de bloemen, de kaarsen, het poetsen van de kerk, de drijvende kracht achter het zangkoor. Ze schreef ook de misintenties in, bijdragen voor het parochieblad, ze deed de boekhouding van de parochie, was de plaatselijke bestuurder van de parochiale werken, ze poetste de parochiezaal, zorgde dat er alles administratief in orde was. Jarenlang was Gerda ook in het bestuur van de KVLV, als secretaris heeft ze bergen werken verzet. Toen ze ontslag uit haar taken moesten een veelvoud van mensen ingeschakeld worden om die over te nemen. En dan vergeet ik nog duizenden dingen op te noemen die ze in stilte deed. De manier waarop Gerda dit alles heeft gedaan dwingt onze bewondering af. Vooreerst was ze uiterst bescheiden. Ze viel niet graag op en bleef op de achtergrond. Vervolgens vroeg Gerda niet wat de parochie voor haar kon doen, ze vroeg zich af: "wat kan ik zelf bijdragen”. Bovendien heeft zij dit alles gedaan op een eerlijke en betrouwbare manier. Ze maakte — zoals sommigen — geen misbruik van haar verantwoordelijkheid om zich te verrijken of te sjoemelen met de goederen van de geloofsgemeenschap. Ook zulke mensen bestaan. Gerda echter was eerlijk als goud. Gerda was altijd loyaal en respectvol voor iedereen en ook in het bijzonder voor alle opeenvolgende pastoors, hoe ze ook van elkaar verschilden. Elk engagement dat ze aanging, noteerde ze zorgvuldig in haar agenda en ze kwam het ook na.

Gerda was gelukkig in alles wat ze kon doen voor anderen. Daarnaast kon ze met volle teugen genieten bij een goed glas en een goede maaltijd samen met familie, vriendinnen en vrienden. Gerda was een sociale vrouw. Ze had nood aan vriendschap en kon die zelf ook ruimschoots geven. Daarenboven heeft ze nooit een slecht woord over iemand gesproken. Roddel en achterklap — zo eigen aan onze dorpen — waren aan haar niet besteed! Gerda had een brede culturele interesse. Ze las heel veel en genoot van alles wat mooi en goed is. Gerda was ook een mooie en fiere en verzorgde vrouw.

De laatste vier jaren zijn voor haar heel moeilijk geweest. Dat weten we allemaal. Dank zij haar wilskracht en haar geloof bleef Gerda positief ingesteld, behield ze haar levenslust en genoot van elke goede dag die haar gegeven werd. Haar 60steverjaardag wilde ze vieren met een groot feest, wetend dat het haar laatste verjaardag was. Het was een mooi feest, en weer was zij het die bediende en in de weer was voor iedereen. Een sterke en moedige vrouw zoals je zelden ontmoet. Zelf heeft ze ook haar uitvaart geregeld en ze was blij dat ze thuis kon sterven omringd door haar geliefden nadat ze in volle bewustzijn de zalving en de laatste communie had ontvangen.

Als gelovige vrouw heeft ze haar leven stilletjes terug gegeven aan haar Heer en Schepper op het feest van Openbaring. Zoals we in het evangelie gelezen hebben, was Gerda een leven lang op zoek naar Hem die alles leven geeft. Van kindsbeen af heeft ze zijn ster gezien en ze is die consequent gevolgd. Zoals de wijzen uit het Oosten heeft ze veel geknield en Hem haar kostbaarste geschenken aangeboden: het goud van haar hart en haar inzet, de wierook van haar geloof en gebed ook in moeilijkheden en vertwijfeling en de mirre van haar ongeveinsde liefde voor zovelen die de Heer haar op haar levensweg heeft gegeven. Beste familie, beste vrienden, beste parochianen, we mogen er in geloof op vertrouwen dat de Heer Jezus zich nu ten volle aan haar openbaart, want ze zal Hem mogen zien van aangezicht tot aangezicht, zoals Johannes schrijft, en ja aan Hem gelijk zijn. In dit diep gelovig vertrouwen geven wij Gerda vandaag uit handen. Als we haar gedachtenis in ere willen houden dan vraagt ze ons vandaag om als een goede moeder met liefde en concrete inzet voor elkaar te zorgen. Ze vraagt ons eveneens de plaatselijke gemeenschap op te bouwen door trouw samen eucharistie te vieren, te bidden, en ons concreet in te zetten met onze handen uit onze mouwen. Bovendien vraagt ze ons daarbij bescheiden en eenvoudig te blijven en geen haantje de voorste te spelen.

Willen wij dan verder bidden in deze liturgie dat God Gerda rust en vrede schenkt na een verdienstelijk en gelovig leven. En we mogen niet alleen voor Gerda, we mogen ook bidden tot Gerda. Dat is de gemeenschap van de heiligen waarmee wij verbonden zijn over de dood heen. Dat zij voor ons bij Christus ten beste spreekt, wij die onze weg als mens en als geloofsgemeenschap hier moedig verder gaan. Amen.